Verbeter het Web – 10 punten om zelf te starten

Zoals je kan lezen komt een ander internet op gang. Op woensdag 27 Februari organiseerde ik met Digital Wednesday bijvoorbeeld “We Fucked Up The Internet”. Het verhaal van Public Spaces en andere voorbeelden kwamen langs. Een zaal van 200+ mensen werd meer bewust dat we het Web moeten verbeteren.

Dat vraagt om een Top-10

Na alle voorbeelden hoe het niet moet, kwamen natuurlijk de vragen: hoe dan wel? En wat kan ik er persoonlijk aan doen?

Daarom heb ik 10 punten gemaakt om mensen die hier nieuw mee zijn rustig te laten beginnen. (Heb je meer suggesties? Plaats ze in de comments (graag onder deze post)).

1. Chat-apps: Gebruik vaker email en begin met Signal voor je gezin

Dit gaat over dagelijkse appjes/ berichten. Als je wat minder WhatsApp, Instagram messages of Messenger wil dan zijn er alternatieven: email wordt door 99% van Nederland gebruikt en goed gelezen.

Wil je toch chat-communicatie? Signal is een goed alternatief.

Maar van de Whatsapp afkomen – dat is lastig. Tip: verplaats de WhatsApp app naar de onderste rij. Zet de Signal-app ervoor in de plaats.

En waarom Signal alleen met je gezin? Simpel: het is onbegonnen werk iedereen met wie je appt te vragen nu te veranderen. Maar als je een vaste groep hebt met wie je altijd Signal gebruikt, begin je een gewoonte op te bouwen. Je moet ergens beginnen!

Signal chat app voordelen
bron: www.signal.org

2. Stop social media-logins te gebruiken

Natuurlijk, ze waren reuze handig om snel in te loggen op sites of apps. Maar weet je welke gegevens je geeft aan de social media bedrijven? Lees hoe je de toestemming aan andere apps via Facebook kan intrekken.

En welke gegevens geef je indirect aan andere bedrijven? Ook hier is het blijkbaar te makkelijk om mee te kijken. Lees dit artikel of dit bijvoorbeeld.

3. Surf met een Adblocker of Ghostery

Het is een stuk prettiger surfen zonder al die lelijke banners, die ook nog eens de snelheid van je browser remmen.

Begrijp je mensen nu iets beter die standaard Adblockers aanhebben? (Adblockers zijn opvallend populair onder…marketeers. Bron: check zelf maar)

Denk overigens niet dat dit een mening is van een kleine minderheid: er is zelfs al een officiële organisatie die strijd voor betere advertenties: The Coalition for Better Ads. En daar staan indrukwekkende namen bij.

4. Vraag je mediabureau om advies

Het antwoord op deze vraag leert je al snel wat het niveau van je bureau is. Dit vraagstuk zit in het hart van het advertentiemodel, dus mag je verwachten dat ze hier een visie over hebben.

Vraag naar alternatieven die de moeite waard zijn. Dat zal niet makkelijk zijn als je weet dat Google en Facebook 58% van de digitale advertentiemarkt domineren.

Top-5 digitale adverteniebedrijven
bron: emarketer

5. Verwijder tracking pixels/social buttons

Deze social media-buttons waren eerst aardig omdat we dachten dat hiermee onze sites meer gedeeld zouden worden. Wat we niet wisten, is dat je eigen bezoekers zo in de gaten gehouden worden door social media bedrijven.

Hetzelfde geldt voor tracking pixels van deze bedrijven. Dit kwam aan het licht, toen zorgverzekeraars onbewust data terug stuurden naar Facebook over bezoek aan pagina’s met bepaalde ziektes.

Als deze dingen toch geen functie meer hebben, of een andere functie dan je dacht: doe ze dan gewoon weg.

6. Andere apps voor interne communicatie

Als je WhatsApp, Facebook of Twitter gebruikt voor interne communicatie: kijk of er alternatieven zijn. Je bent erg voorzichtig met email en hoe je bestanden deelt. Dan hou je ook graag die informatie privé die je alleen met je team wil delen.

7. Check of je site/app te verleidelijk is voor doelgroepen, die je níet wil bereiken.

Zoals kinderen, of mensen die te makkelijk klikken en kopen. Check Charlotte’s law voor meer info hierover.

8. Maak je collega’s bewust van de situatie met privacy en data.

Dit helpt als je wilt voorkomen om per ongeluk in de valkuil van de AVG te vallen. Positief gezegd: weet de redenen waarom consumenten zich zorgen maken en doe er alles aan om jouw bedrijf wél te vertrouwen.

Autoriteit persoonsgegevens
bron: Autoriteit Persoonsgegevens

9. Bedenk hoeveel je marketingbudget moet stijgen, als je niemand meer kan bereiken.

Tja, klanten gebruiken al Adblockers. En dat lijkt niet weg te gaan (zie grafiek). En ze verdwijnen langzaam achter de inlog van de grote Tech-bedrijven.
Hoe lang gaat het duren voor je als marketeer volledig aan de ketting ligt van andere bedrijven om je klanten te bereiken? Met alle gevolgen voor de prijs die je hiervoor betaalt.

Dus of je accepteert dat je marketingbudget zal stijgen, óf help mee om deze ontwikkeling om te buigen.

Bron: Reuters Digital News Report, 2018

10. Als dit niet direct lukt: word bewust

Lezen over de ongezondheid van het Internet is niet leuk. En gaat ook vervelen na een tijdje. Of je denk dat het wel over gaat waaien. Je goed recht, natuurlijk.

Maar maak jezelf ten minste bewust van de ontwikkelingen en weet waar deze vandaan komen. Zodat je niet verrast wordt als alle onderliggende trends groter worden en je marketing flink in de war schudden.

Maak online beter: betaal er voor

Zoals je al eerder kon lezen, is een ander model van het internet nodig. 

Één van de dingen die we daarvoor kunnen doen, is : betalen voor wat je gebruikt. Je hoort het goed, nadat het Internet decennia gelijk stond met Gratis, is het nu tijd voor verandering: we gaan betalen voor content, voor apps, voor functionaliteiten, voor wat dan ook – want daarmee halen we de controle terug. 

Terug naar een basis element van het maatschappelijk verkeer: jij biedt iets van waarde, ik betaal hiervoor. En als ik er niet voor betaal, dan krijg ik niets – en jij neemt niets van mij af. Zo voorkom je dat je niet met geld, maar met data betaalt – over jou, je gedrag en je vrienden en familie.
Als een van de partijen zich niet aan de afspraak houdt, dan hebben we daar wetten en rechten voor, om het bedrijf of de consument te beschermen.

De kracht van Gratis
Gratis is een enorme boost geweest in de beginjaren van het internet. De wereld is in 25 jaar tijd online gekomen en alles in onze maatschappij, maar dan ook alles is geraakt door het internet. Geholpen door een enorme trek naar informatie en de belofte dat je online dingen gratis kon krijgen, waarvoor je in de normale wereld moest betalen.

Dat begon met kleine, simpele producten, die zo klein waren, dat het de moeite waard was om ze door de smalle koperdraadjes naar binnen te trekken. Zoals nieuws, mp3’s, foto’s en plaatjes.

Die werking werd alleen maar sterker in de jaren daarna: echt alles werd verder opgeslorpt in de gratis-draaikolk. En wat bedrijven ook deden om met sleutels, logins en encryptie tegenstand te bieden, altijd lukte het consumenten wel om er onderuit te komen.

Advertenties: de olie van het internet
In die afgelopen 25 jaar was niet alles kommer en kwel voor bedrijven: er werd geld verdiend door advertenties. De twee giganten van het internet, Google en Facebook, zijn er groot door geworden. 

Maar advertenties en de data waarop ze gebaseerd zijn, zijn nu in een kwaad daglicht komen te staan: zo groot was de aantrekkingskracht dat de data van digitale partijen alles, maar dan ook álles van een consument hebben verzameld – en gedeeld met anderen. Privacy van mensen werd geschonden en consumenten kregen steeds meer advertenties geserveerd. Tot de maat vol was. En zelfs politici zich ermee gingen bemoeien. 

Terugkeer van de betaalde content
Parallel aan deze groeiende verontwaardiging is er nog een andere ontwikkeling begonnen: dat mensen betalen voor content. Vanaf ongeveer 2008 vinden steeds meer mensen het normaal om te betalen voor apps, boeken, betaalde abonnementen voor muziek en films. Zelfs weer – hou je vast – voor kranten en nieuws. 

Zo is de omzet van de wereldwijde muziekindustrie in 2018 voor het derde jaar achter elkaar gegroeid – na 15 jaar continue achteruitgang.

Groei global muziek industrie

Meer voorbeelden van betaalde content
Lees dit artikel over de opkomst van abonnementen en de ondergang van adverteren. Zoals bijvoorbeeld dat Spotify nu 96 miljoen betalende abonnees heeft. Dat Netflix miljarden aan advertenties wegkaapt van de traditionele TV-netwerken. En zegt een reclame onderzoeker dat hierdoorconsumenten over 5 jaar 30% minder advertenties zullen zien.

Dat de New York Times nu meer verdient aan abonnees, dan aan adverteerders.  De Guardian verdiende vorig jaar meer digitale-, dan papieren inkomsten. Sinds 2003 verdienen de Nederlandse kranten meer aan verkoop van kranten, dan aan advertenties. (Zie hieronder). 

Sinds 2003 meer inkomsten uit verkoop dan advertenties

Door te betalen krijgen we het Nieuwe Internet ?
Door te betalen voor zaken, ontsnappen consumenten en burgers aan het bombardement aan advertenties – en de verkoop van hun gegevens. Hoewel deze ontwikkeling nog pril is, is het hoopgevend voor de toekomst.

Moeten we dan maar stoppen met andere veranderingen, zoals de AVG en dergelijke?

Nee, het betaalde internet is maar een deel van de oplossing van de misstanden. Zo zie ik Google niet snel betaald zoeken aanbieden, of een betaalde versie van Facebook komen. Bovendien zal er altijd wel een deel van het internet betaald blijven door advertenties, schat ik. Waardoor we in een wereld van data blijven leven en je op je hoede moet zijn wat iemand anders van jou mag zien en verzamelen. 

De volgende stap in de evolutie van het Web
Ik hoop vooral dat consumenten beginnen te leren dat er een disbalans is met de grote techbedrijven. En dat door geld te betalen consumenten meer macht en meer rechten terugnemen. En de rechtspraak en de overheid meekrijgt om deze rechten te verdedigen.

Aan de positieve kant: dat hiermee ook consumenten beter de tegenprestatie van bedrijven op waarde kunnen schatten en een bewuste keuze kunnen maken om er voor te gaan betalen.

Het zou toch mooi zijn als dit zorgt voor betere journalistiek en beter entertainment. Dat zou een mooie stap in de evolutie van het web zijn.

Internet Anders – een Keukentafel-gesprek

Internet Anders

Twee weken geleden (Mei 2018) kwam een groep mensen aan mijn Keukentafel bij elkaar om te praten over “Internet Anders”. Aanleiding hiervoor waren de diverse schandalen waarbij sites en apps misbruik maakten van de privacy van mensen.

De groep bestond uit doeners en denkers: van een software ontwikkelaar tot een marketeer, bloggers, een componist, open data adviseur, Indieweb voorvechter, hacker/security professional, blockchain ontwikkelaar. Door onze verscheidenheid wisselden we interessante kennis en inzichten uit. 

Dit is een korte samenvatting van het gesprek:

Hoe komen we hier?

We hebben de geschiedenis doorgenomen: veel van het misbruik waar we nu over spreken, bestond al voor de komst van sites als Facebook. En niet Trump, maar Obama heeft uitgevonden dat je Facebook kon inzetten om met gedetailleerde gegevens van gebruikers en stemmen te krijgen.

Het internet was vroeger bijzonder, mede om het decentraal georganiseerd was – en dat nu is verworden tot een hyper-centrale organisatie. Voordat Facebook e.a. populair waren, waren er veel diverse stemmen, via sites, fora en blogs – maar die zijn nu voor 95% stil gevallen. Het centrale model van sites als Facebook lijkt te hebben gewonnen.

Is er een alternatief voor het centrale data-verzamel-model?

De meerderheid van mensen vindt het centrale clubhuis (Facebook, Instagram, Twitter, Pinterest, Whatsapp, Tumblr) prettig – en terecht: door makkelijk design, goede gratis functionaliteit en psychologisch inzicht is het een aangename omgeving. Alles is goed en prettig verzorgd. En al je vrienden en bekenden zitten er. Het zal lastig zijn om mensen hier uit te krijgen. 

Hoe is dit gekomen? Door de neiging van kapitalisme, het business model, door de visie en persoonlijkheid van Zuckerberg?

We geloven niet in “killer-alternatieven” voor Facebook e.a. We zien we veel alternatieven die goed zijn en waarschijnlijk een bijzondere niche uitstekend kunnen bedienen. Voor “nerds” is het niet zo moeilijk om Indieweb/ decentrale/ federated sites te maken. Maar voor normale mensen is een simpele WordPress site de lucht in krijgen een crime.

We neigen nu online naar een “winner-takes-all-situatie”- waardoor er bijna geen sprake is van concurrentie. Of lijkt dit maar zo en is het “centrale model” aan het verwateren? Facebook moet Whatsapp en Instagram kopen, omdat mensen weglopen. Tegelijk bestaan de oude concurrenten nog en er komen meer nieuwe concurrenten bij: Twitter, Pinterest, LinkedIn, Weibo, Wechat.

We kwamen erachter: dat Facebook staat nu in de spotlights, maar er zijn nog veel meer plekken zijn waar big data verzameld worden die we niet leuk vinden: Google, Twitter, LinkedIn, AirBnB, Uber, Amazon, Snapchat, maar ook de NS, Gemeenten, Banken (wie volgt?). Controle over de data aan de overheid afgeven is bijna nog gevaarlijker dan aan Zuckerberg en Google geven – je geeft een al bestaande centrale dienst enorme macht in handen.

Het bezwaar van sites en apps als data-silos

Deze sites hebben een silo gecreëerd, een alternatief internet. Hier vangen ze onze big data af en manipuleren hiermee. Dit gaat veel verder dan “alleen” het gebruik van de data die we zelf hebben afgegeven: het gaat ook om de metadata, de data over ons gedrag, de data waarvan we ons niet bewust zijn dat we ze hebben gegeven. Binnen én buiten de sites. Laat staan dat we toestemming hebben gegeven voor het gebruik hiervan. Dat bevalt ons niet.

Er is een groot verschil tussen data die je zelf achterlaat en de data van je gedrag die deze sites opbouwen. Online advertising laat zien wat er allemaal getracked wordt: je kan mensen selecteren op basis van hun politieke voorkeur, sexuele voorkeur, etc. Je krijgt toegang tot (zeer) sensitieve informatie. Er zijn 56.000 kenmerken. Als gebruiker krijg je dat niet te zien. 

Nu komen we er achter: dat data een prettig instrument is, maar dat het ook een gevaarlijk wapen kan zijn. Combineer een aantal onschuldige data soorten en het resultaat kan explosief zijn. En dat hebben we tot voor kort in de handen laten liggen van andere mensen. En we zijn ons er niet van bewust. Alleen al het feit dat 2 miljard mensen dit wapen in de handen van een klein groepje partijen hebben gegeven is gevaarlijk. 

Opvallend: de tools die gebruikt worden door deze organisaties om (big) data in te zetten zijn makkelijk beschikbaar, maar het lijkt dat weinig organisaties in Nederland ze nu hebben – laat staan ze goed inzetten. Maar het is een kwestie van tijd, voordat dit voor veel meer organisaties inzetbaar wordt.

Internet Anders – wat je zelf kan doen

Zelf je (delen van je) Identiteit/Privacy bepalen

We willen zelf bepalen welke informatie wel of niet gebruikt mag worden. Aan wie, wanneer en in welke situatie. Dat kan je doen via andere infrastructuur, veranderd bewustzijn van burgers en wetgeving. Marleen Stikker van de Waag Society vertelde in een interview over de App Irma van hoogleraar Jacobs. Deze app stelt je in staat om alleen een specifiek deel van je informatie af te geven – in plaats van direct je doopceel te uploaden. Een ander Waag-project is het Europese Decode Project

Regulering

De AVG wil controle over privé data aan burgers in de EU teruggeven. Nu, na 25 mei 2018 kan iedere burger data van zichzelf bij een bedrijf op te vragen, te wijzigen of te vernietigen. Als dit goed gehandhaafd wordt, dan is het hoopvol.

Privacy by design

De maatschappij moet een ander beeld gaan krijgen over privacy. Dit is nog maar het begin van een ontwikkeling: we hebben het over een verandering van identiteit, privacy in infrastructuur, gebruikte algoritmen, juridisch, sociaal, etc. En wie beheert deze infrastructuur? Vertrouwen is goed; controle is beter! Deze controle bouwen gaat veel tijd kosten. 

Troll the system

Je kan data-vergaren frustreren: door cash te betalen, verschillende telefoons gebruiken, papieren tickets. Gebruik tools en plugins die je informatie versleutelen, die je “onzichtbaar” maken op het web. Of die standaard op alle advertenties op een site klikken. Of bijvoorbeeld “data-naakt” naar sommige buitenlanden gaan, waardoor je daar niets laat zien van de data die je thuis hebt opgebouwd.

FaceBook e.a. meer open (ook voor derde partijen)

Het zou mooi zijn als FB en andere sites meer open gaan voor derde partijen – waardoor je makkelijker informatie op andere plekken kan gebruiken en uit sites kan halen. (maar dit is waarschijnlijk een utopie)

Project VRM

Een andere optie is het Project VRM van Doc Searls in Harvard: dat je zelf eigenaar bent van je eigen data. Dat je zelf bepaalt wie waar en hoe lang je die data kan gebruiken. Ook gedragsdata.

Alternatieven op de bekende sites en sociale netwerken

Een andere mogelijkheid is om alternatieve apps te gebruiken: er zijn genoeg goede in de markt, die prettig werken voor een bepaalde niche. En er zijn goede voorbeelden van apps die uitstekend werken, maar niet centraal georganiseerd zijn. Denk aan email – zo decentraal als wat. Nadeel: wie maakt een zoekmachine, zodat je gemakkelijk mensen kan terugvinden over al die verschillende apps heen? (zoals bijv email adressen).

Als je voor zo’n alternatief kiest, zal je een periode van minder comfort moeten accepteren: niet onmiddellijk iedereen zal daar zijn, maar och: in het begin van het internet zaten we ook alleen te zijn op de sites, die nu megagroot zijn. We kunnen het dus ook wel een tweede keer overleven. (En laten we eerlijk zijn: soms is het prettig om niet je hele familie al je conversaties te laten zien) 😉

Betaal voor wat je werkelijk van waarde vindt . 

Als een site/app betaald is, dan voorkom je dat een partij je data gaat gebruiken voor zijn business model: een partij blijft bestaan en maakt winst, doordat je ervoor betaalt. Dan kan je een partij aansprakelijk stellen, als ze alsnog met je gegevens aan de haal blijken te gaan. Denk bijvoorbeeld aan Signal, wat een fremium model heeft: deels gratis, maar wie meer wil kan ervoor betalen – waardoor het businessmodel blijft werken.

Bewustwordingscampagne

Het is goed om mensen van wereldbeeld te laten veranderen: dat het niet okay is om data van mensen te volgen “omdat het kan”. En uitzonderingen hierop moeten duidelijk en scherp verwoord zijn, voor mensen die hier een speciale bevoegdheid voor hebben. En op hun beurt goed gecontroleerd worden. 

Nodig daarvoor: een bewustwordings campagne (of een groot ongeluk) en een goed alternatief als mensen uit de data silo’s weg willen.

Conclusie

Het was een bijzondere avond met zeer bijzondere mensen. We hebben een groot gebied bestreken in de discussie en hebben we goed gebruik gemaakt van elkaars kennis en ervaring. 

Binnenkort gaan we hiermee verder – omdat dit gesprek doorgaat – aan deze en hopelijk steeds meer andere Keukentafels.

(deze blogpost is eerder verschenen op LinkedIn. Maar omdat deze niet makkelijk deelbaar was en ook niet gevonden wordt door Google, zet ik hem hier ook neer. Voelt ook beter zo, in eigen beheer)

Onderzoek – Mediabesteding in 2014

Ik ben een sucker voor onderzoek van mediabesteding.mediaonderzoek naar tijdsbesteding 2014

Zeker als ze door gerenommeerde bureaus zijn uitgevoerd. En al helemaal als het gaat over werkelijk gedrag van mensen.

 +Danny Oosterveer heeft dit gedeeld op +Marketingfacts : op welke manier besteden we hoeveel tijd via welke media?

Want, ja: we worden de hele dag door bestookt over alle veranderingen die er gaande zijn. Je zou bijna gaan geloven dat alles naar online was gegaan. De realiteit is anders: de oude media heersen nog steeds behoorlijk.

Zet daarom al je assumpties en vooroordelen even opzij en laat de cijfers tot je komen. (Spoiler alert: “Papier” wordt verrassend veel gebruikt  😉   Het grote onderzoek naar hoeveel tijd we media gebruiken (2014)