Online curation

Big Data en wijonline curator

In mijn presentatie over cloud computing kwam je het wellicht al tegen : “Big Data”. Het betekent dat er hoeveelheden data op ons afkomen die niet meer te managen vallen, laat staan dat ze opgeslagen kunnen worden.
Een soortgelijke lawine aan data komt op de moderne marketeer af – sociale netwerken, RSS feeds, email, nieuws en dergelijke. Stelde ik een paar jaar geleden “Kan email anders?” en had ik een burnout van sociale netwerken, nu kan je diezelfde vraag verbreden naar alle informatie. De pogingen om dit toch wel te doen heet “curation”. De beste Nederlandse vertaling vind ik nog wel “informatie verzorging”.

Twitter overload

Een aardig voorbeeld was mijn Twitter gedrag: drie jaar geleden was Twitter bizar en bijzonder – het was een klein clubje bijzondere mensen, die je vrij gemakkelijk kon bijhouden. Nu zijn er bijna 800 mensen die ik volg(de), uiteraard een onbegonnen zaak. Maar de online mores waren dat je elkaar volgt. En dus werd het instrument Twitter minder en minder relevant voor mij.

Door mijn zomervakantie werd ik mij hier van bewust – ik begon Twitter minder aansprekend te vinden. Niet zo vreemd – ik kon bijna niet meer oppikken waar ze mee bezig waren of welke relevante informatie ze aanwezen. Het moest anders.
Dus ben ik nu bezig om mensen te ontfollowen, een vreselijke taak. Want er zijn enorm veel leuke en boeiende mensen op Twitter. Maar ik moet mijzelf beperken. (hierover later meer in een aparte blogpost).

Info tools

Uiteraard zijn er de afgelopen jaren hiervoor speciale tools ontstaan, zoals Tweetdeck, Twitterific en dergelijke. Doel hiervan is om de informatiestroom in te dammen en te kanaliseren. Hetzelfde zie je bij RSS Readers en sinds vorige week probeert Gmail met een logaritme je belangrijkste conversaties bovenaan in de inbox te zetten.
Het is dus een fenomeen dat iedereen raakt, die met moderne informatie middelen te maken heeft. “Curate or Die” wordt het motto de komende tijd.

Robert Scoble, online curator

En dus is dit een interessant voor de socioloog van het internet, Howard Rheingold. Hij is nu weer bezig met een nieuw boek en “online curation” is daarvan een onderdeel. In de onderstaande video interviewt hij Robert Scoble, de online curator bij uitstek. Op de Next Web conferentie in 2008 liet hij al zien waarom: hij toonde de zaal een krankzinnig snel scrollende lijst met tweets van al zijn volgers. Naar eigen zeggen had hij hierover controle. Daarnaast publiceert en becommentarieert hij op zowat elke online netwerk, site en podcast, dus de man sjouwt wat informatie achter zich aan.

In de tussentijd heeft ook Scoble diverse tools nodig en adviseert hij deze aan beginnende curators. Van Tweetdeck tot Listorious tot gewoon, Twitter. Het gebruik varieert : de ene om specifieke mensen en informatie te vinden, de ander om een gevoel te krijgen waar de informatiegolven zich heen bewegen.

Zijn marketeers curators ?

Ik denk dat het voor veel mensen interessant is, laat staan voor marketing managers en marketeers. We worden al geacht om als een “spin in het web” te zitten – dus wordt het des te belangrijk om deze vaardigheid van curation zo snel mogelijk onder de knie te krijgen. Je moet er niet aan denken dat je CEO straks eerder iets weet over je markt dan jij. (Alsof je nog niet genoeg te doen hebt…)

Google Wave – email anders

Google Wave is gisteren gelanceerd bij de Google I/O conferentie en het internet stroomt onmiddellijk ervan over. De reden is eenvoudig : Wave probeert niet minder dan het meest gebruikte internet tool, email, om te toveren tot iets uit de 21ste eeuw.

Twee broers, Jens en Lars Rasmussen waren al eerder verantwoordelijk voor het maken van Google Maps. Zij stelden zichzelf de vraag : wat als email vandaag uitgevonden zou worden, ipv in de jaren ’50 – hoe zou het er dan uitzien ?

Real-time communicatie en samenwerking

Wat ze nu hebben gemaakt is een communicatie instrument in real-time. Dat niet alleen aspecten van email heeft, maar ook wiki’s, chat, sociaal netwerken, wikis, web chat en project management in elkaar gerold. De demo hieronder is lang, maar fascinerend. Neem alleen al de eerste 30 minuten en je krijgt een goede indruk wat het is. Kijk ook even naar de extension “Rosy” in de laatste 10 minuten en dan zie je een bijzondere toepassing van Wave : een real-time vertaler terwijl je schrijft.

Aspecten van Google Wave zijn dat het open source zal zijn; het is gemaakt in HTML5, waardoor de mogelijkheden van de browser om applicaties in te laten lopen sterk zijn uitgebreid; Het is real-time – waardoor bijv direct aanpassingen te zien zijn, die iemand anders in jouw document maakt. De mogelijkheid bestaat om een document dat je open houdt voor anderen, om te laten editen door die anderen. Waves kan je embedden in sites of blogs. Een erg briljant element is dat je “gesprekken” in email of op het web terug kan spelen, alsof het een video is. Hierdoor kan je goed zien wie van de deelnemers iets heeft aangepast of toegevoegd heeft in een gesprek.

Waarom is dit zo bijzonder ?

Email is een buitengewoon slecht instrument geworden voor communicatie en samenwerking. Het slurpt onze tijd op en maakt een grap van samenwerking. Dat kan dus effectiever. Op het internet zijn veel meer verschillende functionaliteiten gekomen, die samenwerking veel gemakkelijker en leuker maken. Wave wil die nieuwe functionaliteiten combineren met de goede aspecten van email.

En het geeft je de mogelijkheid om heel veel verschillende sites, blogs en tools te vullen met tekst vanuit 1 applicatie : Google Waves. Dat is natuurlijk eng, maar aan de andere kant : het zal ook wel lekker zijn om een centrale communicatieplek te hebben voor al  het werk wat je kan doen op het internet.

Zal het ons lukken om te stoppen met tijd te verliezen aan email  ? Eerlijk gezegd : ik betwijfel het – Google Wave biedt nu zoveel meer extra afleiding dan “alleen” email, dat ik mij nauwelijks kan voorstellen dat bedrijven ook de positieve kanten van kunnen zien. Misschien introceren ze dit het eerst in het callcenter – om de communicatie met de klanten te centraliseren, want die dames moeten zo langzamerhand behoorlijk gek worden van al de verschillende manieren waarop klanten tegenwoordig bij het bedrijf binnenkomen.

En voor de rest : het zal een geweldig speelding worden. Ik ga het met veel plezier uitproberen – ik hou jullie op de hoogte.

Online vrienden, offline adressen

Kerst en Oud & Nieuw is een goede tijd om met familie en vrienden bij elkaar te zijn. En om zakelijke en persoonlijke relaties te laten weten dat je hen erg waardeert. Dit doen we sinds jaar en dag door het sturen van kaarten of relatiegeschenken. Dit bezorgt TNT Post een hoop logistiek, want tussen Sinterklaas en Drie Koningen wil half Nederland de andere helft iets sturen.

Sinds een paar jaar is hier het online groeten en wensen bijgekomen: via email worden teksten, online kaarten en hele feestnummers naar elkaar gestuurd. Op sociale netwerken is het ook flink druk, want je moet die 9.528 “vrienden” nu ook wel als zodanig behandelen met Kerst. Dit gaat allemaal redelijk goed, zolang je maar een email adres of website kent.

Het wordt echter problematisch als je je online vrienden en kennissen eens wilt verrassen via de snail mail (= echte post). Dan blijkt in mijn geval dat ik van de helft van de mensen eigenlijk alleen maar een email adres, 06-nummer of Twitter-account heb. En dan maar hopen dat die gegevens niet verouderd zijn. En hoe raar het ook mag klinken: veel mensen vermelden geen vast adres op hun eigen website.

Maar: met het internet zijn we niet voor een gat gevangen: dus had ik de afgelopen dagen volcontinue de volgende schermen open staan: detelefoongids, de website van mijn contact, Google.nl, gmail en GoogleMaps.  Toen lukte het meestal wel om de juiste adressen te vinden. In sommige extreme gevallen moest ik eerst een paar BV’s opzoeken via de KvK-site, waar een (geheim?) adres eindelijk soelaas bood over de plaats waar mijn Nieuwjaarsgroet heen kon.

Mmm..het is duidelijk dat ik niet moet overdrijven: online kennissen zijn goed, maar online kennissen met echte adressen zijn beter.