Vriendschappen in Facebook

Stel: je werkt in een data engineering team van Facebook. Je hebt daarom de beschikking over 500 miljoen mensen, die lid zijn van Facebook (tel even rustig tot 500 miljoen).

En dan ga je aan de slag: stel, je zoekt alleen connecties van leden die in een ander land wonen – hoe ziet het er dan uit? Antwoord: als een grote witte “blob”, omdat je teveel gegevens hebt. Er was nog wat werk nodig.

Lees hoe Paul Butler uiteindelijk het bovenstaande beeld heeft verkregen. En bedenk dat dit pure data op een leeg vel zijn – hij heeft het niet geplot op een landkaart. Check bijvoorbeeld Noord-Canada en Australie.
Maar je kan duidelijk de wereld herkennen, zo veel vriendschappen zijn er over de hele wereld. En is dat geen mooie gedachte, zo vlak voor de Kerst?

We worden dus overstelpt met data. Big Data. En na het verzamelen van data komt “curation” – het filteren en uitkiezen. En dan komt het lastigste: probeer al die datapuntjes maar eens om te zetten in een duidelijk verhaal. Wat zelfs een kind met een korte attentiespanne begrijpt. Daarom is datavisualisatie niet alleen visueel prachtig, maar ook steeds meer geschikt om een boodschap duidelijk te maken.

Bijgaand vind je een documentaire van 54 minuten over de mensen die uit grijze massa’s data fascinerende boodschappen weten te maken.

Journalism in the Age of Data from geoff mcghee on Vimeo.

Big Data en wijonline curator

In mijn presentatie over cloud computing kwam je het wellicht al tegen : “Big Data”. Het betekent dat er hoeveelheden data op ons afkomen die niet meer te managen vallen, laat staan dat ze opgeslagen kunnen worden.
Een soortgelijke lawine aan data komt op de moderne marketeer af – sociale netwerken, RSS feeds, email, nieuws en dergelijke. Stelde ik een paar jaar geleden “Kan email anders?” en had ik een burnout van sociale netwerken, nu kan je diezelfde vraag verbreden naar alle informatie. De pogingen om dit toch wel te doen heet “curation”. De beste Nederlandse vertaling vind ik nog wel “informatie verzorging”.

Twitter overload

Een aardig voorbeeld was mijn Twitter gedrag: drie jaar geleden was Twitter bizar en bijzonder – het was een klein clubje bijzondere mensen, die je vrij gemakkelijk kon bijhouden. Nu zijn er bijna 800 mensen die ik volg(de), uiteraard een onbegonnen zaak. Maar de online mores waren dat je elkaar volgt. En dus werd het instrument Twitter minder en minder relevant voor mij.

Door mijn zomervakantie werd ik mij hier van bewust – ik begon Twitter minder aansprekend te vinden. Niet zo vreemd – ik kon bijna niet meer oppikken waar ze mee bezig waren of welke relevante informatie ze aanwezen. Het moest anders.
Dus ben ik nu bezig om mensen te ontfollowen, een vreselijke taak. Want er zijn enorm veel leuke en boeiende mensen op Twitter. Maar ik moet mijzelf beperken. (hierover later meer in een aparte blogpost).

Info tools

Uiteraard zijn er de afgelopen jaren hiervoor speciale tools ontstaan, zoals Tweetdeck, Twitterific en dergelijke. Doel hiervan is om de informatiestroom in te dammen en te kanaliseren. Hetzelfde zie je bij RSS Readers en sinds vorige week probeert Gmail met een logaritme je belangrijkste conversaties bovenaan in de inbox te zetten.
Het is dus een fenomeen dat iedereen raakt, die met moderne informatie middelen te maken heeft. “Curate or Die” wordt het motto de komende tijd.

Robert Scoble, online curator

En dus is dit een interessant voor de socioloog van het internet, Howard Rheingold. Hij is nu weer bezig met een nieuw boek en “online curation” is daarvan een onderdeel. In de onderstaande video interviewt hij Robert Scoble, de online curator bij uitstek. Op de Next Web conferentie in 2008 liet hij al zien waarom: hij toonde de zaal een krankzinnig snel scrollende lijst met tweets van al zijn volgers. Naar eigen zeggen had hij hierover controle. Daarnaast publiceert en becommentarieert hij op zowat elke online netwerk, site en podcast, dus de man sjouwt wat informatie achter zich aan.

In de tussentijd heeft ook Scoble diverse tools nodig en adviseert hij deze aan beginnende curators. Van Tweetdeck tot Listorious tot gewoon, Twitter. Het gebruik varieert : de ene om specifieke mensen en informatie te vinden, de ander om een gevoel te krijgen waar de informatiegolven zich heen bewegen.

Zijn marketeers curators ?

Ik denk dat het voor veel mensen interessant is, laat staan voor marketing managers en marketeers. We worden al geacht om als een “spin in het web” te zitten – dus wordt het des te belangrijk om deze vaardigheid van curation zo snel mogelijk onder de knie te krijgen. Je moet er niet aan denken dat je CEO straks eerder iets weet over je markt dan jij. (Alsof je nog niet genoeg te doen hebt…)

Voor marketeers is het altijd van essentieel belang geweest om de beste informatie te hebben. Onder andere de ontwikkelingen online hebben ervoor gezorgd dat er nu een speciale uitdaging bij is gekomen; Was het vroeger zo, dat marketeers marktonderzoek moesten doen om informatie van hun klanten te krijgen, tegenwoordig staat er een lawine van informatie iedere ochtend voor marketeers klaar. Geproduceerd door miljoenen klanten – helaas niet precies op de manier en plaats waar de marketeer ze zou willen hebben.En waar vroeger de marketeer de beste tools had om deze informatie te verwerken, hebben tegenwoordig veel klanten de beschikking over instrumenten, waar de marketeer niet aan kan tippen.

Nieuwe mogelijkheden voor marketeers
Deze verandering in het managen van informatie geeft marketeers nieuwe mogelijkheden. Mijn eigen ervaring is, dat zij zich hiervan bewust zijn. Maar hun organisatie is er nog op ingericht om de eigen informatie goed af te schermen, niet om informatie van buiten toe te laten. Kijk op een gemiddelde marketing afdeling in Nederland en de kans is groot dat men daar de video op de eigen website niet kan bekijken, omdat Flash een security-gevaar oplevert.

Cloud computing als alternatief
Zelfs als de organisatie wil meewerken, dan nog duurt het te lang en zijn de kosten te hoog om mee te kunnen met moderne online services. In de onderstaande presentatie licht ik deze situatie kort toe en beweer ik dat er goede mogelijkheden zijn om deze barrieres te slechten in het gebied van “cloud computing”. Daarbij laat ik kort twee cases zien, waarbij cloud computing-oplossingen een meer dan goed alternatief bleken voor mijn klanten. Ik geloof zelfs dat deze ontwikkeling voor organisaties de mogelijkheid zal geven, om niet-kritische systemen buiten de deur te zetten. Dit geeft een grote verandering in de manier waarop bedrijven met ICT en software omgaan. En het kan marketeers vrijmaken van de barrières in het managen van klantinformatie en informatie services. Waardoor weer de informatie belangrijk wordt om te managen en niet langer de systemen, waarin deze informatie zich bevindt.