Winnen is het enige wat telt. Accepteer geen mislukkingen
Werp een korte blik op je managementbibliotheek en het lijkt duidelijk: succes in het leven bestaat alleen als je mislukking vernietigt, uitbant, excommuniceert. De gedachte dat iets kan mislukken alleen al is dodelijk.

Winnen, een Nederlands Idol ideaal
Dit idee is allang niet meer alleen een Amerikaans ideaal: Nederland is volgens mij al ruim honderd jaar bezig om zich te conformeren aan deze wijsheid. Want het is mooi: de beelden van de winnaars op de Olympische Spelen, de winnende goal, de scorende CEO, de omhoogspuitende beurskoersen. De afgelopen tien, twintig jaar is er een duidelijke renaissance geweest van de Nederlandse behoefte om bij de winnaars te behoren, kostte wat het kost.
Van Idols tot voetbal, van tennisouders tot beurskoersen: the only way is up.

Maar het beeld is vals, vreselijk vals.

Verliest een Winner ooit wel eens?
Want al die winnaars zijn hopeloos op hun bek gegaan, afgegaan als een gieter, hebben de plank mis geslagen en waren de risee van hun branche – vroeger. Want toen waren ze nog niet druk bezig om een Winner te zijn, toen namen ze nog risico’s, probeerden ze wat, accepteerden ze mislukkingen.
Ze waren, kortom, bezig met leren. En daar horen fouten bij. Zeker als er niet een schoolschriftje bestaat, waar de juiste antwoorden in staan. Maar toen werd nog niet zo op ze gelet en waren de fouten nog makkelijk weg te moffelen onder het vloerkleed. Nu zouden ze wel gek zijn om de vloedgolven van positieve PR af te wimpelen met verwijzing naar de tijden toen het niet zo lekker ging. Verwacht geen boek van hen “how to fail enormously”.

Nederlandse tegen-reactie
Mijn eigen theorie voor de Nederlandse omarming van het Winnen Ideaal is dat we ons af moesten reageren van een eerdere periode, waarin het al okay was als je maar je best deed. Waarbij je trots moest zijn op die tweede plek, want meneer Rensenbrink had die bal wel prachtig hard op de lat geschoten en iedereen bewonderde de verliezers van de Weekend Kwis om hun goede inzet.
Daarnaast was er ook weinig ruimte aan de andere kant van het spectrum: al een paar honderd jaar mag je in Nederland alles doen, maar fouten of mislukkingen maken is uit den boze. Dat accepteren we niet. We hebben daarom geen innovatieklimaat om over naar huis te schrijven, maar gelukkig zijn er ook geen mislukte experimenten.

(Dit klinkt wat bozig, maar kijk even naar kredietcrisis: een paar slimme jongens in Amerika innoveren met financiële producten. Wij laten hen de brokken maken en achten onszelf erg slim, door hun producten te kopen zonder dat wij risicovolle innovatie deden. Vervolgens blijken die producten mislukkingen te zijn. Dan is de wereld te klein en is iedereen erg fout, behalve wijzelf).

Draait de wind op het internet?
Maar het lijkt erop dat deze houding aan het veranderen is. Op het internet in ieder geval.
Daar is het bijna een plicht om een niet-perfect product af te leveren: het aantal mensen dat zich opgeeft om een tester (wat dat ben je eigenlijk) te zijn van alfa of  beta-sites is niet te tellen. Er worden zelfs sites gemaakt, waar je je kan inschrijven op zoveel mogelijk beta-sites. “Get an invite to any private beta”, juicht een site als Techcrunch bijvoorbeeld. Een dienst als Gmail is sinds 1 april 2004 in permanente beta. Al 4 jaar permanent bezig om te mislukken.

Een redelijk populair blog heeft zich gefocust op maar een ding. Een zelfde geluid offline is te horen in de JK Rowling Harvard commencement speech, waar ze de afstuderende studenten voorhield dat mislukkingen bij het echte leven horen. Maar ja, we zijn eigenlijk wel gewend dat Engelsen best trots zijn op hun mislukkingen, het is daarom misschien geen goed voorbeeld.

Maar het toppunt van mislukking is toch wel Twitter, dat het afgelopen jaar alleen al een fenomenaal trackrecord heeft opgebouwd in volslagen mislukkingen. Zo vaak ging de online dienst kapot, dat de site een aardig tekeningetje bedacht van een walvis, om zo de pijn van de gebruikers iets te verzachten. Dit leidde niet tot een massaal weglopen van de gebruikers, integendeel: de “Fail Whale” wordt nu bijna liefkozend gemist, nu de dienst wat stabieler is.

De voorspelling: mislukken komt weer in
En via deze wat tendentieuze argumenten kom ik tot de voorspelling dat deze ontwikkeling van online zal overslaan naar de offline wereld. Dit betekent dat in 2009 bijvoorbeeld premier Balkenende met een gerust hart kan zeggen dat zijn Innovatieplatform een geweldige mislukking was en dat we daar enorm van geleerd hebben. Dat de Noord-Zuid lijn, de Betuwespoorlijn, Schiphol, kortom: alle grote projecten van de afgelopen tijd glansrijk niet geslaagd waren in de oorspronkelijke opzet. Maar sjonge, sjonge, wat hebben we daarvan geleerd.

Mocht je hierdoor niet overtuigd zijn, bekijk dan deze Amerikaanse (!) video over de voordelen van Failure. En hou in de gaten: als er binnenkort een metro aangelegd moet worden onder Peking, dan zal de winnaar een Amsterdams bouwbedrijf zijn. En als delen van Peking ineens inzakken, dan is dat geen mislukking. Nee, de Chinezen moeten hun gebouwen innoveren!

2 gedachten over “Trends 2009: accepteer mislukking en innoveer

  1. Leuk stuk, maar ben het toch niet helemaal met je eens. Ik zie namelijk nog veel te veel mensen die vinden dat gewoon je best doen goed genoeg is. Heel erg veel.

    Niet dat je per sé moet winnen of je per sé succes moet hebben, maar je moet wel leren van je fouten en nee, gewoon goed je best doen is voor mij niet goed genoeg. Je moet wel met passie en bevlogenheid ergens in vliegen en als jij steeds faalt en een ander steeds succes hebt, moet je bij die ander in de leer gaan en niet stug volhouden, is mijn filosofie.

    En daar zie ik het mis gaan, want alle infra projecten die je bijvoorbeeld noemt falen stuk voor stuk, maar vooral omdat er niet geleerd wordt uit het verleden.

  2. @Bas: je hebt gelijk. Vandaar dat ik schreef:

    “Daarnaast was er ook weinig ruimte aan de andere kant van het spectrum: al een paar honderd jaar mag je in Nederland alles doen, maar fouten of mislukkingen maken is uit den boze.”

    Wat ik daarmee bedoel is: we hebben ahw een laag plafond voor risico (lekker veilig blijven) en een hoge vloer (je mag niet falen). Als je daarbinnen blijft, is het wel okay. Zoals “gewoon je best doen is goed genoeg”. Want veilig.

    En blijkbaar levert dit gedrag geen schade op, want zeg nou zelf: ja, de infra projecten falen, maar de uitvoerders mogen toch de volgende keer gewoon weer meedoen met het volgende infra project? Conclusie: we vinden dit blijkbaar toch acceptabel.

Reacties zijn gesloten.