Ik heb een vreemde gewoonte met boeken: ik koop ze, leg ze op mijn slaapkamer neer om te lezen en vergeet ze dan. Ik vind ze weer na een tijd en lees dan de eerste 50 pagina’s en vergeet ze weer.

Uiteindelijk lees ik ze allemaal, maar in de tussentijd groeit er een angstwekkende kolom papier naast mijn hoofd. Het gaat dan om de volgende meesterwerken:

Ik denk dat dit redelijk standaard werken zijn voor mensen met dezelfde online marketing interesse als ik. Benieuwd wat zij er uit halen.

De meeste mensen hebben hun online reputatie wel onder controle. Maar ook de meest oplettenden worden verrast: een rare foto die zonder je medeweten online is gezet, een genant verhaal uit je studententijd. “Derden” kunnen voor vervelende verrassingen zorgen door prive gegevens online te zetten.

Familiearchieven online

Sinds kort heb ik een bijzondere variant hiervan ontdekt: familie archieven die online komen. Wees niet verbaasd als je familieverleden van de afgelopen 200 jaar al ergens online staat.

Verleden met scherpe kantjes

Dit zijn op het eerste gezicht geen schadelijke data. Maar er kunnen scherpe kantjes aan zitten: ziekte, welvaart, leeftijden, goed/slecht gedrag – er is veel uit af te leiden. Natuurlijk hebben deze gegevens geen impact op je. Maar moord, diefstal, oorlogsmisdaden, overspel, moetjes, echtscheiding, houden van slaven: wat zegt het over wie jij bent?

Een voorbeeld: we maken ons erg zorgen dat data van ons DNA ooit in de handen komen van verzekeraars: die zouden zien of we een verhoogde kans hebben om een ernstige ziekte te krijgen, met navenante stijging van je ziektekostenpremie. Zoals in dit voorbeeld. Of je hebt een familie met relatief veel criminelen – wie garandeert je dat toekomstige werkgevers hier niet op gaan letten?

Verleden tijd is een zwart gat

Ik maak misschien een heuvel van een molshoop. Maar ik probeer mij voor te stellen dat binnen korte tijd alle informatie van en rond iemand eenvoudig beschikbaar is. En dan is het verleden en de bescherming daarvan nog wel een zwart gat. Toch vreemd dat we steeds scherper gaan letten op de bescherming van de privacy, maar dat we het verleden daar nog niet toe rekenen.

Dankzij een prachtig artikel van Amanda Hess in Good Technology (“Eternal shame of your first online handle”) moest ik denken aan mijn eerste online naam en wanneer ik die gebruikt heb.

Het was ergens begin jaren ’90 en het was normaal om als de dood te zijn om je echte naam te gebruiken. Ik was geen lid van een online dienst als AOL of De Digitale Stad. Dus werd het mijn email adres bij Euronet, of een woordspeling op mijn achternaam. Al dan niet gecombineerd met een vroege webmail-dienst: bigfoot.com. Netfox, netvos, footvos, bigwolf, dat soort werk. Uiteindelijk ben ik lang blijven hangen op “webwolff”.

Zo heb ik mij ook genoemd op Higherlevel.nl in het begin. Tot 2007: toen begon ik mijn eigen bedrijf en vond ik het handig om mijn opgebouwde posts als webwolff om te zetten naar mijn werkelijke naam.

Zoals Amanda ook al aangeeft: tegenwoordig is het niet meer normaal om te beginnen met een alias – het is zelfs een sport om zo snel mogelijk bij een nieuwe dienst je naam te claimen.

Google Plus verplicht je zelfs om jezelf zo bloot mogelijk te geven. Het enige nadeel is wel dat je dikke vrienden was met een paar leuke aliassen op Twitter, die je nu in geen velden of wegen kan herkennen op Google Plus. Virtueel nudisme heeft zo zijn prijs.

Een goed idee komt nooit alleen. Tim Berners-Lee schrijft in zijn memo waarmee het internet begon, dat Apple’s Hypercard een voorbeeld is waar het internet heen wil gaan. Daarom is niets leuker op een verloren vrijdagmiddag om het Internet Archive in te duiken en het spannende TV programma te bekijken, waar Hypercard wordt voorgesteld. (Vanaf minuut 17 : een kort interview met een zekere Kevin Kelly, toen als de editor van de Whole Earth Catalog)

Ja, het haar en de kleding is weer bijzonder, maar kijk ook eens hoe mensen in een heel vreemd programma eind jaren 80 zitten te doen, wat wij nu normaal vinden op een webpagina. Genieten voor de geschiedenis-liefhebbers.