Angry birds : meer omzet door advertenties

“Angry Birds” is een mobiele game-app, die de mobiele wereld in korte tijd heeft veroverd. Het wordt gemaakt door een klein Fins bedrijf Rovio.

Het centrale thema is dat varkens de eieren hebben gestolen en dat veroorzaakte Angry Birds. Ja, ik weet het : als je het spel nooit gespeeld hebt, dan klinkt het te infantiel voor woorden. Maar het is leuk, je moet er over nadenken, het vraagt creativiteit en doorzettingsvermogen en je kan het een paar minuten spelen of een paar uur. De ideale ingredienten voor een verslavend spelletje, dat verrassend genoeg niet gaat vervelen.

Het is nu beschikbaar op het iPhone-platform en via Android. De app voor de iPhone kost geld, bij Android is de app gratis, maar heeft kleine advertenties, die voor de inkomsten zorgen.

Tot voor kort werd er vanuit het iPhone-kamp wat lacherig gedaan over de Android market: het bleek namelijk dat er veel minder mensen betaalde apps kochten dan in de App store. Het bewijs dat het beter was voor ontwikkelaars om niet voor het Android platform te ontwikkelen.

Tot het nieuws via de onderstaande video uitlekte: de Android app van Angry Birds levert veel meer op dan de iPhone-app! De advertenties brengen een continue stroom van inkomsten binnen, in tegenstelling tot de advertentie-vrije iPhone app. Iets wat waarschijnlijk erg interessant is voor ontwikkelaars. Zeker als je het combineert met het gegeven dat Android het grootste mobiele operating system is in de USA (of in 2011 wordt).

De rest van de video is ook aardig – het geeft bijvoorbeeld aan hoeveel mensen de game gespeeld hebben, waar Rovio op let bij het maken van het game etc, etc. Aardige informatie als je zelf een app op de markt wilt brengen. En ondanks het speelse karakter van de app: interessant voor elke (toekomstige) mobile marketeer, die wil weten wat succesfactoren zijn om te slagen.

Google Goggles – mobiel zoeken op afbeelding

Depressie of geen depressie: Google blijft innoveren. Waar sommigen twijfelen: “gaat de QR-code wel of niet de standaard worden voor mobiel internet?”, gaat Google gewoon aan de slag. Hoewel we in de tussentijd wel weten dat “gewoon” bij Google meestal betekent dat de slimste mensen van de wereld zich over een probleem hebben gebogen.

Als je kijkt naar het onderstaande promo-filmpje, dan krijg je wellicht het idee dat Google Goggles een heel eenvoudig product is. Dit is ver van de waarheid. Goggles maakt het mogelijk om sneller iets te vinden op je mobiel, op basis van de herkenning van foto’s en plaatjes. Iets wat tot voor kort extreem moeilijk was. Nog steeds is het geen makkelijke zaak: Google zegt zelf dat een flink aantal zaken nog niet met Goggles te bekijken is. En het is tot alleen nog beschikbaar op het Android platform.

Wat belangrijk aan Goggles is, is dat het sterk aansluit op onze normale manier van zoeken: we zien een beeld en herkennen dat. Of laten het een ander zien. Als die ander het niet kan zien, moeten we woorden gebruiken om het beeld te beschrijven. Met woorden zoeken is daarom eigenlijk een omweg: beelden zijn veel directer. Zoeken met beelden is daarom potentieel ook veel sneller. En als het Goggles lukt om een indirecte weg als woorden of QR-codes over te slaan: dan is er weer een belangrijke barrière weg voor het succesvol worden van mobiel internet.

Vijf bedreigingen voor Google

vijf bedreigingen voor GoogleHet is nog niet lang geleden dat iedere online marketeer dacht dat Google voor altijd dominant was in de online wereld. De feiten spraken voor zich: onaantastbare marktaandelen in de hele wereld, miljarden inkomsten door advertenties, bewonderd door velen, de ene na de andere innovatie producerend en iedere keer weer, al 10 jaar lang : succes, succes, succes.

Maar daar is in het afgelopen jaar verandering in gekomen. In de onderstaande post laat ik de 5 bedreigingen zien voor Google’s hegemonie.

Basis van de kracht van Google

Google leeft van zoeken. Het is de basis van het bedrijf en dat wil het goed doen.
Verder leeft Google van adverteren. Als je deze beide factoren combineert, betekent het dat Google zoveel mogelijk toegang tot informatie wil hebben, om te zoeken. Want hierdoor kan het bedrijf een consument van dienst zijn en tegelijk relevante advertenties bieden. Vandaar dat Google’s visie is: “to organize the world’s information and make it universally accessible and useful“. En vandaar dat Google op veel verschillende vlakken ijvert voor zoveel mogelijk open standaarden, gemakkelijke toegang tot bronnen en zo min mogelijk barrières voor informatiebronnen.

Bedreiging 1: Realtime Search

Toen Twitter opkwam, zo’n twee jaar geleden, leek het niet bepaald een Google-killer. Maar Twitter nam vervolgens een klein bedrijfje over dat gespecialiseerd was in het vindbaar maken van Tweets. Toen bleek er ineens een Google-concurrent geboren. Ineens werd duidelijk dat het handig was: te zoeken op key woorden en te kijken wat echte mensen daarvan dachten, op dit moment.
In vergelijking met de snelheid van Twitter Search waren de resultaten van Google meestal behoorlijk oud en waren de bronnen websites en niet afkomstig van “echte mensen”. Dit geldt vooral voor het nieuws, iets waar veel op gezocht wordt. Zoals Twitter Search het aardig beschrijft: “See what’s happening – Right Now“.

En toen Twitter begin van deze maand aankondigde dat Twitter advertenties gaat toelaten – ja, toen was echt duidelijk dat Twitter Search een concurrent is van Google. Zowel op zoek- als op advertentiegebied.

Bedreiging 2: FriendFeed’s overname

Medio Augustus bleek ook Facebook de boodschap door te hebben – RealTime was belangrijk.
Eerst begon Facebook zijn look & feel aan te passen, waardoor het steeds meer op Twitter begon te lijken. En toen kwam de aankondiging dat het FriendFeed had gekocht. FriendFeed was een sterk groeiende site met dezelfde RealTime-eigenschappen van Twitter. Het had bovendien een uitstekende uitwisseling van data met Twitter, waardoor veel mensen het gebruikten om te twitteren. Facebook betaalde en zal waarschijnlijk FriendFeed geheel integreren met haar eigen site, om zo optimaal te profiteren van de acquisitie.
Ineens heeft een grote concurrent van Google zo de beschikking over een “eigen” Twitter en over directe toegang tot Twitter-informatie.

Bedreiging 3: Geen Toegang tot informatie

Hoe gek het ook mag klinken: als je Google echt wilt treffen, dan moet je het vinden van informatie door de zoekmachine onmogelijk maken. Google gelooft dat hierdoor haar diensten minder relevant worden voor haar consumenten en neemt hiertegen actie.

  • Zie: OpenSocial, een gezamenlijk initatief met een aantal sociale netwerken om bepaalde relevante informatie open te houden. Dit was vooral erop gericht om Facebook te dwingen om meer open te worden – zodat Google er beter op kon zoeken, natuurlijk.
  • Zie: het open source maken van Android, zodat het mobiele internet zoveel mogelijk standaard en open gebouwd zal gaan worden. Dit is gericht tegen de neiging van Apple en Microsoft om Windows Mobile en het iPhone-platform puur voor zichzelf te houden.
  • Zie ook de huidige controverse met de US en de EU over het scannen van boeken. Hier verzetten uitgevers, auteurs, overheden en Amazon.com zich ertegen dat Google alleen de rechten krijgt van scans van boeken.

Bedreiging 4: Geen Toegang tot het Meest Bezochte Deel van het Internet

Facebook is geen grote site voor Nederlanders, maar 300 miljoen wereldbewoners schijnen er nu rond te lopen. Dat is veel. Erg veel. En erger nog: mensen schijnen op Facebook 3 x meer tijd door te brengen dan op Google. Wat zou je dan doen als je een vraag hebt: iets aan je vrienden vragen op Facebook of nog een keer Google zoeken? Je raadt het al : dat wordt ook steeds meer op Facebook gedaan.
Mocht je het niet weten: Facebook is populair geworden, omdat het een “gesloten” site is, waar je privé-informatie privé kan houden. Voor niet-leden, maar ook voor Google. Facebook is al bezig met eigen reclame en….met eigen search mogelijkheden. Als Google blijvend niet mag “kijken” in Facebook, dan wordt de zoekdienst in rap tempo minder en minder relevant.

Bedreiging 5: Bing, Yahoo en het semantische web

Misschien had je het al eerder verwacht: ja, Bing en de samenwerking tussen Microsoft en Yahoo! is een concurrerende dienst. En hoewel ik lees dat het marktaandeel in search voor hen omhoog gaat, zie ik de combinatie Micro-hoo! als een bedreiging, maar geen zware bedreiging – ik zie dat Bing minder slecht is dan in voorgaande jaren, maar ik zie geen enkele reden waarom mensen Google hiervoor zouden inruilen.

En het semantische web dan? Ja, het wordt in de toekomst (+3 jaar) interessant om te zien wat er gebeurt als deze nieuwe verschijningsvorm van het internet er echt komt. Op het moment dat machines makkelijker met elkaar kunnen communiceren, dan levert dat meer en betere antwoorden op dan de “stomme” websites die we nu hebben. Zoeken in deze versie van het internet zal anders zijn. Wellicht dat de functionaliteit van het semantische web een deel van de functies van Google minder nuttig maakt. Maar er zal waarschijnlijk wel een zoekfunctie blijven. En dan is Google ook weer ideaal gepositioneerd om hier een rol te spelen.

Practisch nut voor marketeers

Het nut van het inzien van deze bedreigingen, is vooral inzien dat je blindstaren op Google geen goed idee is. Experimenteer met Yahoo/Microsoft/Bing. En open je ogen voor de mogelijkheden van sociale netwerken als Facebook en Hyves. Hou de nieuwe ontwikkelingen van het semantische web in de gaten. Maar ook: bepaal voor jezelf wie je het liefst als vriend wilt hebben: een club die dicht is en gebruikers opsluit of een club die zijn best doet alles zoveel mogelijk open te houden: welke optie is beter voor je als consument, als marketeer en als bedrijf?

Uiteraard slaat Google terug: realtime-search is nu al gedeeltelijk beschikbaar, er komen meerdere views mogelijk voor zoekresultaten en de dienst is ook bezig met een semantische zoekmachine. Kortom: de toekomst is wat minder saai geworden met de toegenomen concurrentie voor Google.

Verwacht innovatie en nog leukere online marketing mogelijkheden!

Waarom ik liever Android wil dan Iphone

 Ik ben erg geïnteresseerd in de opkomst van het mobiele internet. Om mij heen maakten Twitteraars mij gek met de Iphone of de N(okia) 95, maar ik ben niet overgegaan. Ondanks die gekmakende mooie touchtelefoon van Apple, de geweldige verhalen op blogs, podcasts en website.

Android, het mobiel-alternatief
Maar ik had een verhaal gehoord dat Google iets aan het voorbereiden was. Dat “iets” was geen telefoon, maar een Operating System (a la Windows), speciaal gemaakt voor mobiele telefoons. Dat iets heet dus Android en werd deze week gepresenteerd in combinatie met een nieuwe telefoon, de HTC G1. En dat vond ik heimelijk erg interessant. Waarom?

Waarom niet een Iphone?
Misschien ben ik al weg enthousiast van Apple, maar nog geen fanboi. Ik heb nu een mooie Palm, mijn vroegere favoriete merk, maar daardoor weet ik goed wat ik mis en niet mis in een mobiele telefoon. En wat ik onacceptabel vind van de Ihpone, is dat je krap 1 dag kan met de batterij. Waarom? Omdat ik dit nu ook heb met de Palm. En ik vind het behoorlijk archaisch dat ik ‘s avonds zenuwachtig moet worden, omdat mijn telefoontje snel aan het beademingsapparaat moet.


Google is voor open…
Verder bewonder ik Apple, maar Google heeft een reputatie als een bedrijf dat vecht om het internet open te houden. Natuurlijk is dat ook eigenbelang van hen (je kan niet zoeken in een dicht deel van het internet), maar ik ben blij dat ze het doen. En dat blijkt: Android is gebaseerd op een open source- systeem en is een open platform. Dat betekent dat iedereen er software voor kan schrijven. En ik verwacht dat dat de grote succesfactor zal zijn.

…terwijl Apple het klokhuis graag dicht houdt
Apple daarentegen houdt haar systeem gesloten en bepaalt helemaal alleen welke software wel en welke niet verkocht kan worden voor de Iphone. Dat vind ik gewoon niet goed: het internet is een open systeem, open source heeft ons geweldige dingen gebracht. Elk bedrijf dat alle prachtige mogelijkheden van open beantwoordt met een gesloten systeem: daar wil ik zo min mogelijk aan meewerken. En bovendien heb ik vroeger geweldige ervaring gehad met het Palm software-platform, waar iedere amateur programmaatjes voor kon ontwikkelen. Dat was geweldig.

(ik heb geen idee hoeveel batterijtijd Android-mobieltjes gaan hebben, daar moet ik wel op letten)

Kortom: Ik ga wachten op Android

Mijn Palm werkt nog goed. Dus kan ik wachten op meer mobieltjes dan de HTC G1. En kijken wat de ervaringen zijn met Android en even wachten tot de ergste bugs uit de software zijn. Maar de kans is zeer groot dat je mij in 2009 tegenkomt met een Android-mobieltje. (of zou Nokia dan ook iets aardigs hebben? ;-D )